Auteursrechtenonderzoek in de praktijk (gastpost)

8 augustus 2008, 8:45 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 1 reactie

Hoe publiceer je legaal een werk waar geen auteursrechten opzitten?

Er zit een paradox in die vraag. Als er geen auteursrechten op een werk zitten, mag je het in het algemeen publiceren. Kom er tegenwoordig echter maar eens achter of er nog rechten op een werk zitten: dat is steeds lastiger.

De Verenigde Staten hadden eind 19e eeuw een goed werkend auteursrechtsysteem. Wie een auteursrecht wilde hebben, moest daar moeite voor doen (door middel van registratie en copyrightvermelding op het werk), en kreeg vervolgens zo’n recht voor een overzichtelijke termijn. Uitgevers konden ervan uitgaan dat als er geen copyrightvermelding op een werk stond, het werk vrij te gebruiken was. En omdat de helft van de werken publiek domein waren, kon je als uitgever daarmee nauwelijks de boot in gaan.

De logica achter dit systeem was simpel: degene die geld ging verdienen met het werk, de auteursrechthouder, was ook degene die erbij gebaat was kosten te maken. Als gevolg hiervan zaten er alleen auteursrechten op werken die ook echt werden uitgebaat.

Die tijd is voorbij. Tegenwoordig is de verhouding tussen werken met auteursrechten en rechtenvrije werken behoorlijk scheefgetrokken in het voordeel van de eerste groep. Er zijn ook steeds meer werken die niet meer worden uitgebaat, maar waar nog wel rechten op zitten. (Auteursrechten beschermen werken? In welk opzicht?)

Als je een commerciële uitgever bent, dan is de oplossing simpel. Je stapt naar de partij toe die claimt rechten te bezitten, en betaalt die partij een licentie: ongeacht of het werk al dan niet in het publiek domein is. Het is namelijk een stuk goedkoper voorafgaand een relatief laag bedrag te betalen dan er later achter te komen dat degene die je niet hebt betaald toch een of ander raar recht in handen heeft.

Non-profits en kleine bedrijven hebben die luxe niet. De e-booksite Blackmask — immens populair onder de lezers van elektronische boeken, omdat de uitbater in tegenstelling tot veel van zijn concurrenten de markt van elektronische boeken begrijpt — kreeg enige tijd terug flink het deksel op de neus. Uitgever Conde Nast gebruikte een DMCA-nastygram om de hele site uit de lucht te halen nadat er vanuit Hollywood signalen kwamen dat men de Doc Savage-serie pulpboekjes wilde gaan verfilmen. Conde Nast had namelijk altijd op het standpunt gestaan de rechten tot die serie te bezitten, en Blackmask had de serie gedigitaliseerd en online gezet. Een probleem was ook dat dit een open and shut case leek: Blackmask kon daardoor naar eigen zeggen geen goede advocaat vinden die het bedrijf wilde vertegenwoordigen.

Het is mij niet duidelijk of Blackmask auteursrechtenonderzoek heeft gedaan. Dat zou overigens—voor een organisatie die de boeken gratis verspreidt—tamelijk prijzig kunnen zijn geworden. Er zijn namelijk geen renewal records van Doc Savage-boeken beschikbaar; voor de tijdschrift-renewals kon je destijds niet de online records voor tijdschriften raadplegen, want daar zaten de records voor Doc Savage nog niet tussen; in plaats daarvan moest je de records opzoeken in de spreekwoordelijke kelder achter de spreekwoordelijk kast achter het spreekwoordelijke bordje “pas op voor de loslopende tijger”. De goedkoopste oplossing is in zo’n geval het Copyright Office zelf het onderzoek laten uitvoeren à 150 dollar per uur.

Project Gutenberg, waar ik een vrijwilliger van ben, is een elektronische bibliotheek maar ook een organisatie voor rechtenonderzoek. Want als er één inbreukmakend boek zit tussen de tienduizenden die we publiceren, dan hebben we een serieus probleem. Project Gutenberg is een Amerikaanse organisatie, en zogeheten statutory damages in de V.S. zijn niet mals (maximaal 150.000 dollar per inbreuk). Het aanmoedigen van het digitaliseren van werken en het hosten van vrij verspreidbare werken is weliswaar ook belangrijk, maar dat kan desnoods worden uitbesteed (en dat gebeurt dan ook: digitalisatie aan Distributed Proofreaders, hosting aan Ibiblio.org).

Een copyright clearance voor Project Gutenberg, dat wil zeggen de controle of een werk wel in het publiek domein is, begint bij de vrijwilliger die het boek moet inscannen. Of een boek wel in het publiek domein is, zal deze scan provider eerst zelf moeten uitzoeken. Voor Amerikaanse boeken is dat vrij simpel: staat er een copyrightdatum in, dan weet je meestal genoeg.

Vervolgens maakt de scan provider scans van pagina’s die PG nodig heeft om zijn eigen onderzoek in te stellen. Vaak is dat de titelpagina, soms ook de verso (achterkant van de titelpagina) of de laatste pagina van het voorwoord bij de laatste druk. Dit zijn de pagina’s die informatie bevatten over de auteur en de publicatiedatum.

Zolang een boek voor 1923 is gepubliceerd, is voor PG eigenlijk alleen de copyrightdatum relevant. Uitzonderingsgevallen zijn bijvoorbeeld moderne uitgaven, maar puur om praktische redenen: vaak is een oude uitgave niet makkelijk te krijgen, omdat de weinige exemplaren die bestaan wel ingekeken mogen worden, maar niet op een scanner of kopieerapparaat mogen worden gelegd. Als je dan aannemelijk kunt maken dat grote delen van de nieuwe uitgave die samen een compleet werk vormen (bijvoorbeeld: een roman zonder het apparaat dat de moderne uitgever er door literatuurwetenschappers bij laat schrijven), overeenkomen met de oude uitgave, wil PG een copyright clearance in behandeling nemen.

De volledige verzameling clearance-regels staat hier. Onze regel nummer 6 is zelfs tamelijk beroemd, en dat hebben we te danken aan twee dingen: dat we het lef hebben moderne werken te herpubliceren ondanks dat het onmogelijk is een negatief te bewijzen (namelijk dat er geen auteursrecht meer op een werk zit), en aan ons harde werk om de Amerikaanse rechtendatabase voor romans te digitaliseren.

Mocht PG concluderen dat een werk inderdaad in het publiek domein is, dan worden er twee mailtjes verstuurd. Eén aan de scan provider, met daarin een unieke sleutel die kan worden gebruikt om een volledig werk te uploaden, en één aan David Price, wiens enige taak is een gigantische, publieke lijst met gereserveerde werken bij te houden, zodat vrijwilligers elkaar geen vliegen afvangen.

Het scanproces zelf kan nogal wat tijd kosten. Er is maar één consumentenscanner die pagina’s redelijk snel scant, de Plustek Opticbook, en die is met een prijskaartje van rond de 300 dollar een beetje duur voor de gemiddelde vrijwilliger. Ikzelf gebruik een goedkope scanner die circa 40 seconden over een A4-tje doet. Met nabewerking en dergelijke ben ik ongeveer anderhalve minuut per pagina kwijt. Een boek is gemiddeld zo’n 250 pagina’s lang. Al die mailtjes aan David Price besparen op deze manier heel wat vrijwilligersuren.

Voor Nederlandse vrijwilligers is een en ander een stuk lastiger, want zij moeten zich naar zowel Nederlands als Amerikaans recht richten. Dat Nederlandse uitgevers vaak geen publicatiedatum vermeldden maakt de zaken er niet makkelijker op.

Wat Blackmask is overkomen is niet uitzonderlijk. Zo krijgt Project Gutenberg regelmatig juridische dreigbrieven, en is de muziekbibliotheek IMSLP een tijd uit de lucht geweest na dreiging van een rechtszaak. Je kunt je afvragen hoezeer de dreiging van juridische repercussies burgers ervan weerhoudt volop gebruik te maken van het kleine beetje publiek domein wat ons rest. Dat de politiek zich hier geen zorgen over maakt, bevreemdt.

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

of lees de eerste reactie

Niet-bestaande auteursrechten, deel 2 (gastpost)

28 juli 2008, 8:53 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Innovatie - Geen reacties

Sommige mensen, de meeste van hen waarschijnlijk solidaire lezers, vinden dat auteurs verdienen te worden gecompenseerd voor hun arbeid. Over het algemeen wordt dit gezegd in referentie naar concrete, openbaar gemaakte werken, maar de uitspraak is ook dan te breed. Deze mythe is de gevaarlijkste van allemaal, omdat hij zo bijzonder redelijk klinkt. Hij lijkt ook veel op een verklaring die vaak van het auteursrecht wordt gegeven, namelijk dat dat recht bestaat om auteurs een kans te geven geld te verdienen met de distributie van hun werken. Het verschil is razend belangrijk: in het eerste statement krijgt een auteur sowieso geld, ongeacht de hoeveelheid arbeid die hij in een werk stopt én ongeacht de kwaliteit van het werk. De BKR-variant van het auteursrecht, zeg maar. Slechts een werk uitgeven is al genoeg.

Nergens op deze planeet is er iemand die gelooft dat arbeid automatisch recht geeft op beloning. Zou dat wel het geval zijn, zou ik morgen onmiddellijk beginnen met ongevraagde consultancyklussen—tegen het hoge tarief, dat spreekt. Buiten het sprookjesbos van het auteursrecht begrijpt iedereen dat er een overeenkomst moet zijn tussen werknemer en werkgever (of leverancier en opdrachtgever). De beloning is een resultaat van die overeenkomst. [bron]

Andere lezers geloven dat zij het recht hebben bestanden te delen, omdat zij menen dat auteurs al rijk genoeg zijn. Ik vermoed dat dit geloof ironisch genoeg het gevolg is van de hele mythologie is die door voorstanders van een harder auteursrecht rond dat recht werd geweven. Zo is daar het spookbeeld van de arme, hongerende artiest (zie bijvoorbeeld opmerkingen van ene Charlie McCreevy van de Europese Commissie over de op handen zijnde verlenging van bepaalde naburige rechten).

Lezers zijn niet dom: die merken hoeveel geld er in de uitgeverswereld omgaat. En aangezien de McCreevy’s van deze wereld erop blijven hameren dat het geld dat in die wereld omgaat een eerlijke beloning voor auteurs is, kan de lezer nauwelijks anders concluderen dan dat er een continuë stroom kruiwagens met goud op weg is naar de auteurs. Niemand zou een auteursrechtensysteem willen hebben dat voornamelijk uitgevers wat oplevert, dus moeten de voorstanders van een harder auteursrecht (uitgevers) blijven doen alsof er bergen geld naar auteurs gaan.

De praktijk is uiteraard een klein beetje anders. Als een auteur meer dan tien procent ontvangt van de winkelprijs van zijn werken, heeft zijn uitgever het gevoel gefaald te hebben. Dit geldt ook voor werken die elektronisch gedistribueerd worden, ook al zijn de kosten daarvan (50% in het geval van “analoge” verspreiding) vrijwel nihil. Het is ook niet ongebruikelijk een auteur simpelweg niet te betalen voor nieuwe distributiemethodes.

Ten slotte zijn er ook lezers die geloven dat goede werken worden onderdrukt ten faveure van middelmatige werken. Deze mythe is zo hardnekkig, omdat er een kern van waarheid in zit. Zo krijgen populaire rockbands disproportioneel veel geld uit radioheffingen in de VS en de EU. De berekening van de verdeelsleutel heeft hiermee te maken, en ook het feit dat kleinere acts vaak niet weten waar de ruif staat. [bron]

Een interessant voorbeeld: het jaarlijkse budget van de Science Fiction Writers of America wordt grotendeels gehaald uit Zweedse bibliotheekheffingen, die de organisatie voor zijn leden int. Er zijn veel landen waar leners dergelijke heffingen betalen, en het is waarschijnlijk dat niet elke auteur zijn deel krijgt, zeker als die auteur in het buitenland zit. [bron]

Maar net zo waar is dat auteurs weinig geld krijgen, omdat simpelweg veruit de meeste auteurs niet bijzonder goed in hun vak zijn. Een bewijs uit het ongerijmde: de slushpile. Een term uit de uitgeverswereld die slaat op de enorme stapel manuscripten waar een uitgever elk jaar doorheen moet waden om de enkele ruwe diamanten te vinden die hij gaat uitgeven. De meeste auteurs zijn precies zo populair als ze verdienen.

Dit zijn zo wat nieuwe mythen die rond het auteursrecht zweven. Als we ze leren herkennen, kunnen we voorkomen dat ze beleid en wet ten grondslag worden.

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

als eerste

Niet-bestaande auteursrechten (gastpost)

26 juli 2008, 8:50 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Innovatie - 6 reacties

(Definities: lezer = iemand die werken “consumeert”, auteur = iemand die werken “produceert”, uitgever = tussenpersoon voor lezers en auteurs, Britney Spears = een oeuvre waarvan een elitaire snobistische kliek de kwaliteit in twijfel trekt.)

Het auteursrecht geeft je controle over de distributie van werken. Dat is het zo’n beetje. Maar wat auteursrecht is, en wat mensen denken dat auteursrecht is, loopt nogal eens uiteen. Wat zijn zo de moderne mythen over het auteursrecht?

  • alles is eigendom
  • de auteur is de ouder van een werk
  • voordelen van het auteursrecht beperken zich niet tot werken
  • auteurs verdienen te worden gecompenseerd voor hun arbeid
  • auteurs zijn rijke stinkerds
  • goede werken worden onderdrukt ten voordeel van Britney Spears

Op het eerste gezicht lijken sommige van deze mythen elkaar tegen te spreken. Vrees niet: dat doen ze inderdaad! Dit is (nog) niet een taxonomie, slechts een verzameling van de vormen die ik zo op het web tegenkom.

Sommige burgers (hoofdzakelijk advocaten en uitgevers?) geloven dat alles = eigendom. Als zij zien dat mensen werken distribueren, gaat bij hen onmiddellijk het alarm af: aangezien als eigendom is, moet er ergens een eigenaar zijn, en aangezien de distributeur er niet als een traditionele uitgever uitziet, moet de distributie wel illegaal zijn. (De wet helpt hier niet echt: zelfs het stompzinnigste, miniemste werk krijgt automatisch een auteursrecht aangeplakt, en dat duurt dan voor vrijwel altijd. Er was ooit een tijd dat de helft van alle werken publiek domein was.)

Deze mythe ligt mogelijk ten grondslag aan de juridische actie die Science Fiction Writers of America ondernam tegen documentenwebsite Scribd in 2007, toen de eerstgenoemde niet alleen illegaal maar ook legaal aangeboden documenten liet verwijderen. [bron]

De Motion Picture Association of America ging nog een stapje verder. In een rechtszaak tegen filesharers beweerde de MPAA niet met bewijzen te hoeven aankomen, omdat het verzamelen daarvan zo lastig is. Alleen iemand die aanneemt dat iedereen een wetsovertreder is kan zoiets bedenken. [bron]

Toen een Nederlandse rechter kort geleden tot het oordeel kwam dat downloaden uit een illegale bron zelf illegaal is, leidde dat tot brede kritiek onder Nederlandse IE-advocaten. Maar een van hen, Arnout Groen, beweerde: “Het is een gek idee, dat je iets van waarde gratis kunt consumeren”. [bron]

Sommige auteurs hebben sterke ouderlijke gevoelens tegenover hun werken. Zij hebben het gevoel “hun kindje” te moeten “beschermen” door elk soort gebruik waar ze het niet mee eens zijn te verbieden, zoals gebruik dat door de auteurswet als niet-inbreukmakend wordt bestempeld.

Toen het Copyright Office van de VS aan burgers vroeg om mee te denken over het probleem van verweesde werken, reageerde ene Kristie Hubler: “Als mensen toegang hebben tot mijn werk zonder ervoor te betalen, en ze gebruiken het alleen om geld te verdienen, dan is dat alsof ik verkracht word, of als een baby die ik heb gebaard uit mijn armen wordt gerukt, om nooit meer te worden teruggezien.” [bron, PDF]

Openbaar maken betekent letterlijk: aan de openbaarheid prijsgeven. Als je niet een bepaalde mate van zeggenschap over je werken wilt opgeven, moet je je werken niet openbaar maken.

Sommige organisaties menen dat de gigantische voordelen van het auteursrecht automatisch ook op niet-werken van toepassing zijn. Zo gelooft een bepaalde fabrikant van besturingssystemen dat op API’s ook auteursrecht van toepassing is, ook al is een API niet een werk in de zin van de auteurswet. (Een API is een protocol, een interface, dat computerprogramma’s gebruiken om met elkaar te communiceren.)

Om te citeren wat ik eerder elders schreef: “Microsofts licenties voor zijn eigen netwerkprotocollen zijn te beperkend volgens de Europese Unie.” Microsofts wat? Maar inderdaad, dat is precies wat de Amerikaanse softwarefabrikant suggereert: “De […] licentieovereenkomst […] kent aan de licentienemers […] een licentie toe onder Microsofts Europese intellectuele eigendomsrechten ten bate van het correct samenwerken van software met Microsoft-client- en serverbesturingssystemen.” Geen IE-advocaat heeft me ooit kunnen uitleggen wat deze “intellectuele eigendomsrechten” zijn en welke wet Microsoft zou gebruiken om me aan te klagen als ik hun “licentie” overtrad. [bron]

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

of lees de 6 reacties

Het boetebeding bij auteursrecht-claims

25 juli 2008, 8:27 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Aansprakelijkheid, Internetrecht - 1 reactie

Gisteren verscheen in De Nieuwe Reporter ‘Bloggers moeten niet zeuren over blafbrieven’, een mooi overzichtsartikel over de recente perikelen rond bloggers en claims van journalisten en anderen wier werk onterecht zou zijn overgenomen. Ik werd geïnterviewd als “advocaat van de blogger-community”, wat nogal veel eer is (en bovendien ben ik geen advocaat).

Hier wilde ik nog even dieper ingaan op één quote van mij uit het artikel:

“Ik ben geen fan van de manier waarop bedrijfjes als Cozzmoss en Swordstone, maar tot op zekere hoogte ook de NVJ, te werk gaan”, zegt Engelfriet. “Lang niet iedereen is goed op de hoogte van de wettelijke regels. Dat is natuurlijk geen excuus, maar wel een reden om rekening mee te houden als je als rechthebbende iemand aanspreekt. Een blogger die te goeder trouw is en meent een heel artikel als citaat te mogen overnemen, behoort geen sommatie van duizenden euro’s, inclusief een verhoging van driehonderd procent conform de NVJ-tarieven, opgelegd te krijgen in een brief.”

Die 300% verhoging staat in de algemene voorwaarden van de NVJ (en de Fotografenfederatie) als vergoeding die verschuldigd zou zijn bij ongeautoriseerd gebruik. Veel claimers roepen dat dit normaal is en in de jurisprudentie erkend zou zijn. Dat steekt me behoorlijk, want het is simpelweg niet waar.

De rechtspraak staat namelijk juist in overwegende mate afwijzend tegenover constructies als deze, waar een claim wordt gelegd met het karakter van een boete. Ik citeer uit een aantal relevante vonnissen.

In Rb. Maastricht 8 februari 2006, zaaknr. 103834/HA ZA 05-836 (LJN AV2506) oordeelde de rechtbank in r.o. 3.5:

Voor ophoging van [het schadebedrag] met een opslag van 200 %, zoals door Magnovit c.s. met verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie bepleit, ziet de rechtbank geen grond. Een dergelijke opslag draagt naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete, waarvoor in het onderhavige geval een contractuele noch een wettelijke grondslag bestaat. Bovendien is niet gebleken van bijzondere omstandigheden - wat de plaatsing zonder toestemming betreft - die aanleiding zouden kunnen geven tot een hogere schadebegroting.

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 11 januari 2006, zaaknr. 126357 HA ZA 05-1099 (LJN AU9504):

5.12. Voor toekenning van de door [eiser] gevorderde additionele vergoeding van 200% van de gebruikelijke vergoeding overeenkomstig artikel 15 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie, bestaat geen ruimte. Toepasselijkheid van die voorwaarden is immers niet tussen [eiser] en [gedaagde] overeengekomen en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En in het standaardwerk Auteursrecht (Kluwer Recht en Praktijk 42) van Spoor/Verkade/Visser staat op pagina 498-499:

Gebruikelijke tarieven of percentages kunnen menigmaal een reëel aanknopingspunt vormen [voor een schatting van de schade]. Zulke tarieven zijn echter weer niet zonder meer gelijk te stellen met eventuele door de eiser gehanteerde tarieflijsten. … Een beroep op deze variant gaat o.i. niet op, voor zover de tarievenlijsten (soms zeer aanzienlijke) verhogingen inhouden voor het geval men het niet vooraf eens geworden was. Het gaat dan immers juist niét om gebruikelijke overeengekomen of overeen te komen tarieven, maar om eenzijdig geproclameerde boetes. Een grondslag voor het hanteren van evenbedoelde ‘boetes’ voor berekening van schadevergoeding treffen wij niet aan in de artikelen 6:96 en 6:97, noch elders in de wet. [cursivering in origineel.]

Als iemand meer bronnen heeft, hoor ik dat graag!

Ook gepubliceerde jurisprudentie waarin deze claims wel overeind bleven, is welkom.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Welke rechter is bevoegd voor internet?

24 juli 2008, 8:21 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Internetrecht - 11 reacties

Welk recht is van toepassing op een website? Rechtsmacht op internet is een bijzonder netelig onderwerp. Zolang alles en iedereen zich in Nederland bevindt, is het duidelijk dat de Nederlandse rechter over een conflict mag beslissen. Maar dat is de uitzondering en niet de regel. In veel gevallen ligt het een stuk complexer. Dan staat de server ergens in Amerika, is het bedrijf Brits en wordt een Nederlandse gebruiker gedupeerd door een valsspeler uit Korea. Of een Fransman wordt besmaad door een Nederlander die iets schreef in de Japanse Wikipedia-pagina.

In andere rechtsgebieden zijn dit soort problemen al aan de orde geweest. Welke rechter is bevoegd als een Frans bedrijf giftig afval in de Maas dumpt, waardoor Belgische koeien die ervan drinken komen te overlijden? Volgens Europese jurisprudentie is dat zowel de Franse als de Belgische rechter. De Franse omdat de handeling in Frankrijk is verricht, en de Belgische omdat het gevolg van de handeling in België merkbaar was. Maar de Belgische rechter mag alleen oordelen over de in België geleden schade. Als er ook een Nederlandse koe zou zijn overleden, had de eigenaar daarvan naar de Nederlandse rechter gekund. De Franse rechter daarentegen kan beslissen over alle schade, ook de schade die in België en in Nederland opgelopen is.

Hoe ga je daarmee om bij internet? Internet is immers wereldwijd toegankelijk. In een recent vonnis over de site Torrent.to kwam dit aan de orde. De rechter overwoog:

Nu doet zich in het onderhavige geval de situatie voor dat de website www.torrent.to wereldwijd kan worden geraadpleegd, dat onduidelijk is in welk land de aanbieder van die website is gevestigd en dat de site kennelijk via verschillende servers in diverse landen, waaronder Nederland, wordt gehost. Uit de door Stichting BREIN overgelegde uitdraaien van de website www.torrent.to blijkt dat de site voornamelijk in de Duitse taal is opgesteld, maar zich ook specifiek richt op Nederlandse bezoekers, gelet op de aangeboden (Nederlandstalige) werken van Nederlandse artiesten en de reclameboodschappen in de Nederlandse taal. Ter zitting is voorts komen vast te staan dat de servers van waaruit de hosting plaatsvindt, in Amsterdam staan. Onder die omstandigheden kan het Nederlandse recht worden toegepast.

In 2003 vond de Utrechtse rechter zichzelf trouwens bevoegd omdat “het schadebrengende feit zich op het internet en derhalve tevens in Nederland en in het arrondissement Utrecht heeft voorgedaan.” Maar in 2005 vond de Haagse rechter zich niet bevoegd bij een geschil over reclame en merkinbreuk via een website waarbij alles erop wees dat deze zich alleen op de VS richtte. De voertaal was Engels, de maten en gewichten waren in inches en ponden, de prijzen in dollars en het telefoonnummer was een 800-nummer dat alleen in de VS gebeld kon worden.

Kortom, de vraag blijft moeilijk te beantwoorden. Het zal zoals wel vaker afhangen van de omstandigheden van het geval. Of weten jullie een handig en werkbaar criterium?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Octrooien tegen terrorisme!

20 juli 2008, 10:56 - Geplaatst onder: Octrooien, Beveiliging, Grappig - 2 reacties

Octrooien zijn nog steeds een mooie graadmeter van waar techneuten zich mee bezighouden. Jaren geleden woonde ik een lezing bij van Octrooicentrum Nederland (het BIE, toen nog). Daar vertelde een onderzoeker dat het aantal octrooien op stille winkelwagentjes flink was toegenomen sinds er aandacht vanuit de politiek was voor herrie op zaterdagochtend door, inderdaad, luidruchtige winkelwagentjes op asfalt.

Vandaag de dag spelen winkelwagentjes een minder prominente rol dan, zeg, bestrijding van terrorisme. Er worden allerlei nuttige en minder nuttige dingen bedacht om aanslagen te voorkomen of de effecten te minimaliseren. Neatorama maakte een top 10 van de vreemdste uitvindingen.

Ik vond deze antizelfmoordaanslagparaplu het sterkste idee:

antiterrorisme.gif

En u?

Via Schneier on Security.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Auteursrecht tot ruim 200 jaar na creatie (gastpost)

18 juli 2008, 8:26 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 18 reacties

Aan het leukste park van Amsterdam, het Sarphatipark, ligt het grappigste boekwinkeltje van Amsterdam, Sporadisch Antiquarisch. Op het eerste gezicht is het simpelweg een woonhuis met brede, lage vensterbanken. Pas als je dichterbij komt valt je op dat in een van die vensterbanken een rijtje boeken staat. Achter het raam zie je een bordje met de boodschap dat als je een van die boeken wilt kopen, je 1 euro in de brievenbus moet gooien. Het boek mag je dan meenemen.

Mijn postbus staat in dezelfde wijk, dus ik kom regelmatig langs dat winkeltje. Op een dag trok daar Prosper Melis’ “De Wonderbaarlijke Luchtreizen van Doctor Fast” mijn aandacht. Als Project Gutenberg- vrijwilliger ben ik altijd op zoek naar materiaal om te digitaliseren, maar dit werk leek me net iets te jong om vrij van auteursrechten te zijn (onder “jong” versta ik uiteraard niet enige redelijke interpretatie van dat woord). Daar ik toch geïnteresseerd was, schreef ik de gegevens op om thuis eens eerst wat onderzoek te doen.

Prosper Melis was een Vlaamse auteur die leefde van 1803 tot 1870. Het is niet duidelijk wanneer hij zijn Luchtreizen schreef, maar laten we aannemen dat dat rond 1850 was. Ik weet niet of het ooit tijdens zijn leven is uitgegeven, tijdens mijn zoektocht kwam ik enkel versies uit 1929 en 1937 tegen. Dat betekent dat het boek te “jong” is voor Project Gutenberg, want dat moet zich aan het Amerikaans recht houden, en dat betekent voor boeken die niet oorspronkelijk in de VS werden gepubliceerd dat ze van voor 1923 moeten zijn om opgenomen te kunnen worden.

Maar er was meer aan de hand. Het boek was geïllustreerd door ene Elza van Hagendoren. Van haar kon ik wel een geboortedatum vinden, maar niet een sterftedatum. Twee jaar geleden zou ze 98 geweest zijn, onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk. Stel dat ze niet ouder is geworden: dan zou het auteursrecht op een boek dat rond 1850 voor commerciële exploitatie is geschreven, niet voor 2077 verlopen.

Er zitten wat haken en ogen aan dit verhaal. In de eerste plaats kun je het niet meer verifiëren. Als ik nu in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek zoek, kan ik het boek van Melis niet meer vinden. Daarnaast kan het natuurlijk ook goed zijn dat er wel een eerdere uitgave van het boek is, die alleen niet te vinden is in de catalogi van nationale bibliotheken. En ten slotte is er een theorie onder ons juridische leken die stelt dat in elk geval de tekst van het boek, mits vóór 1937 gepubliceerd, in het publiek domein van de Europese Unie is. Een uitgever als Project Gutenberg zou zich dus tot de tekst kunnen beperken.

Hoe uitzonderlijk dit geval ook is op het moment, er is een kans dat deze lange duur van auteursrecht regel wordt. Het bestrijden van het lichamelijk verval dat op hoge leeftijd optreedt is iets wat pas sinds kort met enige ijver door de medische wetenschap wordt opgepakt. De vergrijzing en daarmee de opkomst van een brede laag vermogende ouderen in het Westen zal daar wellicht iets mee van doen hebben. Het gevolg kan zijn dat zowel de gemiddelde als de maximale leeftijd van de mens binnenkort flink wordt verhoogd.

Een reden die traditioneel wordt gegeven voor het tot obscene lengtes oprekken van de duur van het auteursrecht is dat auteurs steeds langer leven. Dat auteurs vroeger eerder stierven is echter een fabeltje. Auteurs in 1900 leefden even lang als auteurs in 2000, ondanks dat de mens gemiddeld steeds ouder werd. Dit komt, omdat de gemiddelde leeftijd in 1900 voornamelijk gedrukt werd door kindersterfte. Tegen de tijd dat je boeken schreef was je zeg maar voorbij het gevaarlijke punt.

Als je 1+1 optelt, kun je alleen maar concluderen dat als het aan de politiek ligt, het auteursrecht tot 140 jaar na de dood van de auteur zal duren, en die dood zal ook nog op zich laten wachten, en wachten, en wachten….

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

of lees de 18 reacties

Hosten van onrechtmatige torrentsites ook onrechtmatig

16 juli 2008, 8:37 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Aansprakelijkheid - 5 reacties

Helemaal vergeten te melden, sorry. Twee weken terug werd provider Leaseweb in een arrest in hoger beroep veroordeeld wegens het hosten van de site Everlasting, waar torrentbestanden naar illegaal aangeboden films, muziek, software en dergelijke te vinden waren. In eerste instantie werd Leaseweb verplicht de site te sluiten en de NAW-gegevens van de klant aan Brein af te geven. Dat vonnis is nu bekrachtigd.

We weten al dat het hosten van verwijzingen naar inbreukmakend aanbod verboden is, als dat grootschalig en op commerciele basis gebeurt. Zie bijvoorbeeld Brein/KPN. En dat werd ook in dit vonnis bevestigd:

Dit een en ander leidt naar het voorlopige oordeel van het hof tot de conclusie dat Everlasting welbewust een faciliterende rol speelde bij het op grote schaal inbreuk maken op de auteursrechten en/of naburige rechten – naar moet worden aangenomen – (mede) van diegenen voor de bescherming van wier belangen Brein in dit geding opkomt. Daarmee handelt zij onmiskenbaar onrechtmatig jegens diegenen.

Maar hier gaat het nog iets verder: niet de aanbieders van de torrentsite werden gedaagd, maar hun provider, Leaseweb. Want:

Nu het handelen van Everlasting onmiskenbaar onrechtmatig was, dit handelen plaats vond op de door Leaseweb ge-‘hoste’ website en Brein Leaseweb daar voldoende adequaat op had geattendeerd, handelde Leaseweb op haar beurt onrechtmatig door de website niet te verwijderen.

Brein is natuurlijk blij met de uitspraak. Maar ook Leaseweb is tevreden: er is nu helderheid over wat wel en niet mag, en Leaseweb voelt zich nu gesterkt in haar besluit om alle torrentsites te weren als klant. Bij ISPam de reactie van Leaseweb:

We zijn blij met de uitslag van ons hoger beroep tegen stichting Brein. Het is een winst voor LeaseWeb en voor de hostingmarkt. Wij hebben absoluut bereikt wat we wilden bereiken. Eindelijk is er in Nederland juridische duidelijkheid over de status van Bittorrent in Nederland. Door de rechtszaak die we gevoerd hebben, is het pas nu voor iedereen helder dat Bittorrent in Nederland illegaal is.

Die laatste zin is dan wel weer jammer: Bittorrent is niet illegaal, Bittorrent sites zijn niet illegaal, maar Bittorrentsites die verwijzen naar illegaal aanbod zijn illegaal. Maar dat zal wel te genuanceerd zijn geweest.

Arnoud

of lees de 5 reacties

Stichting Copyright & Nieuwe Media

14 juli 2008, 20:21 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Aansprakelijkheid, Innovatie - 13 reacties

Ik sta in statuten! Op 7 juli 2008 vond de oprichting en openingsbijeenkomst van de Stichting Copyright & Nieuwe Media plaats, met mij als secretaris. Doel van de stichting is het zich sterk maken voor de belangen van een ieder die op internet publiceert. Steeds meer bloggers en andere actieve internetters lopen tegen juridische problemen of zelfs claims en rechtszaken aan. Hoe ga je daarmee om, wat moet je daarmee doen en waarom is er niemand die tegengas geeft aan clubs als de Buma, BREIN of de Fotografenfederatie en NVJ? Daar is deze stichting dus voor.

De stichting is nog jong, en de website is dus nog vrij leeg. Dat is dus meteen het eerste actiepunt (en nee, daar gaan we niet eindeloos over vergaderen).

Eén van de dingen die de stichting wil doen, is een meldpunt/helpdesk bieden voor mensen die tegen claims of rechtszaken aanlopen. Denk aan bloggers die een plaatje van 150×150 pixels overnemen en een claim van 1578 euro (”inclusief verhoging van 300% conform standaardvoorwaarden NVJ”) in hun mailbox krijgen. Om daar goede hulp bij te bieden, is medewerking van juristen en advocaten nodig die bereid zijn de nodige bijstand te leveren. Meelezende kantoren: ik hoor graag van u.

Een andere nieuwe activiteit is inderdaad ordinair lobbyen voor nieuwe of herziene wetgeving. Bij veel overleg over auteurswetgeving zitten alleen de bekende, gevestigde partijen aan tafel. En dat is niet goed, als je wetgeving wilt maken die goed aansluit bij internet, blogs en webforums. Vandaar dat de stichting een ander geluid wil laten horen tijdens consultatierondes over wetgeving en aanverwante initiatieven. Een uitgebreider citaatrecht, of misschien wel een compleet fair use systeem zoals in de VS, zou best een goed idee zijn.

Arnoud

of lees de 13 reacties

Ubuntu en de ‘dreiging’ van softwarepatenten (bij Livre)

8 juli 2008, 8:11 - Geplaatst onder: Open source, Octrooien - 3 reacties

De komende weken brengt Livre een serie artikelen rond Ubuntu, de meestgebruikte Linux-distributie van dit moment. Mark Shuttleworth, de initiatiefnemer van Ubuntu, heeft al meerdere malen aangegeven zich zorgen te maken over patentzaken die worden aangekaart door kleinere patenthouders die niets (meer) te verliezen hebben. Livre vroeg mij of ik dat ook deed, en het antwoord is nee. Daar zet ik zelfs een kratje vrij bier op:

‘Linux schendt honderden patenten van Microsoft’. Met die spierballentaal probeerde Microsoft-topman Steve Ballmer vorig jaar mei weer eens een staaltje FUD (Fear, uncertainty and doubt) de wereld in de helpen. Linux een enge ziekte toewensen hielp niet meer, dus dan maar een enge juridische claim. Nu werd dat getal later bijgesteld: Ballmer was een beetje in de war toen hij het over 235 Microsoft-octrooien had. Hij bedoelde namelijk 235 octrooien van Microsoft en anderen, iets dat vrijesoftwareadvocaat Dan Ravicher in 2004 had geconcludeerd na een diepgaande studie van honderden software-gerelateerde octrooien. Ravicher vond overigens 27 Microsoft-octrooien.

Maar het punt blijft: er zijn tientallen, zo niet honderden octrooien waar een gemiddelde Linux-distributie tegenaan kan lopen. Moeten Linux-distributeurs zich nu zorgen gaan maken? Misschien. Maar niet meer dan elke andere softwaredistributeur.

Lees verder in Ubuntu en de ‘dreiging’ van softwarepatenten bij Livre.

Arnoud

of lees de 3 reacties
Volgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress